Loading
Team

Jelle ten Rouwelaar

‘De degradatie heeft als een wake up call gewerkt’

Jelle ten Rouwelaar (35) kan bogen op een lange loopbaan, die in 1998 begon bij FC Emmen en via PSV, FC Groningen, FC Twente, Zwolle, Eindhoven en Austria Wien bij NAC bracht. Het is de club waaraan de geboren Fries zijn hart heeft verpand, en waarmee hij vorig jaar de zwartste periode uit zijn carrière beleefde, die uitmondde in degradatie. Jelle had het er moeilijk mee, maar de kop is weer schoon en het vizier op de toekomst gericht. NAC draait mee in de top van de Jupiler League en de keeper heeft het weer naar zijn zin.

Jelle ten Rouwelaar: ‘Ik voelde me erg verantwoordelijk voor de degradatie en het kostte me moeite de klap te verwerken om in de Jupiler League te gaan spelen, waar ik jaren geleden ben begonnen. Maar ik geniet er nu genoeg van; uit naar Achilles kan toch ook leuk zijn. Voetbal blijft uiteindelijk voetbal, en ik ben gewoon een enorme liefhebber. En natuurlijk is het wennen als er weinig publiek is, maar vergeet niet dat we thuis wel voor 18.000 mensen voetballen.’

‘Ik zit inmiddels voor het tiende jaar bij NAC. Het is acht jaar goed gegaan en een jaar was het slecht. Misschien ben ik vorig seizoen wel te veel met andere dingen bezig geweest, heb ik me te veel gericht op de moeilijke situatie waarin de club zat. Ik ken de mensen op kantoor bijvoorbeeld goed, ik ken hun gezinssituatie, er zitten mensen met kinderen bij. Als er dan ontslagen zouden vallen, gaat me dat niet in de koude kleren zitten. Dat is de reden geweest dat ik vrijwillig salaris heb ingeleverd; ik voel me verbonden met die mensen.’b

‘Na zo’n jaar kun je zielig in een hoekje gaan zitten, maar zo ben ik niet. Het slechte jaar heeft eigenlijk gewerkt als een wake up call. Ik ben nog harder gaan trainen om mijn eigen niveau weer te krijgen, ik wilde met volle vaart vooruit. Ik heb dit seizoen een nieuwe manier gevonden. Tegenwoordig loop ik een keer op drie per week hard in het bos, een kilometer of tien, en ik ben meer bezig in het krachthonk. Ik ben iemand die sowieso altijd hard traint. Voetbal is eigenlijk een kleine verslaving, het zit diep in me. Ik ben altijd vroeg bij de club. Collega’s zeggen wel eens dat ik weleens een keer een training kan overslaan, maar dat vind ik niks.’

‘Deze regio leeft gewoon voor NAC. Mensen vinden het echt gezellig om naar het stadion te gaan en de ploeg te steunen. Ik vind het hier echt fantastisch. Mijn vrouw komt uit Drenthe en ik ben een Fries, maar we willen hier niet meer weg. Ik rij in de auto vaak binnendoor over mooie landweggetje en dan heb ik wel eens het gevoel dat ik hier geboren ben. Begrijp me goed, ik zal mijn roots nooit verloochenen, maar de gemoedelijkheid hier spreekt me enorm aan. Als je hier nieuwe buren hebt, drink je binnen twee dagen een flesje bier bij ze en word je gelijk uitgenodigd voor een barbecue. In het noorden duurt dat gewoon wat langer.’

‘Na mij actieve loopbaan word ik keeperstrainer bij de club. Maar wanneer….., lastig hoor. Ik denk veel na over mijn toekomst. Het is de kunst om op het juiste moment te stoppen, daar ben ik nu nog niet aan toe. Met ex-collega’s praat ik er wel veel over, het spookt wel door mijn hoofd. Ik moet reëel blijven ten opzichte van de club, ik moet van waarde zijn, want zoiets als het afgelopen jaar wil ik niet weer meemaken. Maar voorlopig is het belangrijkste dat we zo snel mogelijk weer terugkeren in de eredivisie.’

22 januari 2016