Loading
Team

Klaas-Jan Huntelaar

Er komen genoeg wedstrijden

Oude liefde roest niet, en zeker geen diepe jeugdliefde. ‘Ik ben van jongs af aan al gek van Ajax’, bekent Klaas-Jan Huntelaar openhartig met een wat verlegen grijns. ‘Ik wilde gewoon weer voor Ajax spelen. Dat was voor mij de enige serieuze optie voor een nieuwe stap. Ik heb ook veel te danken aan Ajax.’

Vanuit Amsterdam trok de geboren goalgetter 8,5 jaar geleden Europa in; een avontuurlijke zwerftocht naar clubs in Spanje, Italië en Duitsland. Een jaar terug zoemde de terugkeer van Huntelaar al rond bij Ajax, maar Schalke 04 wilde zijn nummer negen nog niet loslaten. ‘De gedachte weer in het rood-witte shirt te spelen, heeft me daarna niet meer losgelaten.’

Liefst zeven seizoenen was en bleef Huntelaar opvallend loyaal aan Schalke en de Bundesliga. ‘Een mooie periode. Ook een mooie club. Maar ook een lastige en emotionele club.’ Met in al die jaren een enorm verloop in trainers. ‘Je hebt in de Bundesliga natuurlijk Bayern München, dat heel veel prijzen wint. Schalke zit daar onder.’

In Gelsenkirchen liep zijn laatste contract af per 30 juni 2017. Hoewel in de laatste fase van zijn carrière, behoefde hij bepaald niet te wanhopen over een brede interesse van velerlei clubs. ‘Dankzij mijn transfervrije status was er een scala aan opties. Maar ik wilde alleen naar Ajax. Een andere serieuze optie is er voor mij nooit geweest.’ Simpel, omdat de begeerde spits niet openstond voor aanbiedingen uit China, Amerika en evenmin van meerdere clubs uit Europa en de eredivisie.

‘China was al een paar keer eerder voorbij gekomen. Ik had daar geen trek in, net zo min als Amerika. Ook de familie zat daar niet op te wachten. Sinds mijn komst bij Schalke wonen we prima in de Achterhoek’, aldus de vader van vier nog vrij jonge kinderen: Seb (8), Axel (6), het enige meisje Puck (4) en Jim (een half jaar).

De liefde voor Ajax bleek wederzijds. Samen met zaakwaarnemer Arnold Oosterveer (Soccer Vision) schaarde Huntelaar zich rond de tafel met Marc Overmars en Peter Bosz, toen nog trainer van de Amsterdammers. ‘Ik ben afgegaan op Ajax, niet op de trainer. Ik heb een gesprek gehad met Bosz. Als trainer sprak hij me zeker aan. Hij speelde vorig seizoen mooi en leuk aanvallend voetbal. Hij is ook ver gekomen in de Europa League. Natuurlijk wilde ik weten wat zijn ideeën waren, met mij en de ploeg.. Maar de trainer was niet leidend; ik heb bij Ajax niet voor een bepaalde coach gekozen.’

Kort daarop brak Peter Bosz met Ajax, voor een interessante baan bij Borussia Dortmund. Half juni schoof Marcel Keizer van Jong Ajax, enigszins verrassend, op als opvolger van Bosz. Toevallig kende Huntelaar de nieuwkomer van heel vroeger, als speler en stagiair bij De Graafschap. ‘Ik zat bij de B-jeugd. Hij speelde in het eerste van De Graafschap. Samen met Richard Roelofsen liep hij stage voor een trainerscursus. Het is best grappig dat onze wegen elkaar nu weer kruizen. Toen was hij vanwege zijn stage meer aan het luisteren en observeren. Nu is hij wel de trainer. Wel het type dat wil voetballen, dominant spelen, aanvallen. Ajax kiest altijd wel voor dat soort trainers. Het is niet zo dat Ajax voor een defensief denkende trainer zou gaan. Er zit steeds wel dezelfde lijn in.’

Pas tijdens het trainingskamp in Oostenrijk (Zillertal) wisselde Huntelaar diepgaand van gedachten met Marcel Keizer. Maar eerder vroeg hij zaakwaarnemer Oosterveer (de relatie bestaat al vijftien jaar!) wijselijk om bij Overmars de vastgelegde afspraken nog eens te checken. ‘In de gesprekken met Overmars en Bosz was het duidelijk: Dolberg was eerste keus en ik tweede keus als spits. Maar ze garandeerden me dat ik genoeg speelminuten zou krijgen, voldoende wedstrijden zou spelen en dat ik niet voor de laatste vijf minuten zou worden ingebracht. Die twee hebben dat toen ook zo gecommuniceerd en benoemd. Dat was voor mij geen probleem. Je bent topsporter, dus ik zal altijd alles geven. Je wacht op jouw moment dat je het kunt laten zien. Voor mij was de keuze helder dat ik gewoon weer voor Ajax wilde spelen. Ook als ik in eerste instantie wat meer op de bank zou zitten. Mijn rol is duidelijk. Ik kan daar zelf goed mee leven. Anders had ik het uiteraard niet gedaan. Maar er zijn zoveel wedstrijden. Vorig seizoen waren dat er zestig. Dat lukt niet met één spits. Wat zij ook benadrukt hebben. Dan kom je genoeg aan bod. Het gaat mij erom dat de afspraken op een eerlijke manier worden nageleefd.’

Als dertiger (van 12 augustus 1983) voelt Huntelaar zich nog verre van afgedaan. Hij barst nog van de energie om de vlam van zijn eerzucht brandend te houden. ‘Ik ben geen stilzitter, ik kan sowieso niet stilzitten. Je wilt helpen en je laten zien. Zorgen dat er uiteindelijk gepresteerd wordt. Dat zit gewoon in je als topsporter.’ Indien hij toch te lang aan de bank mocht vastkleven, zou hij speelminuten kunnen krijgen in Jong Ajax, voor meer reserves soms een welkom toevluchtsoord. ‘Daar hebben we het over gehad. Als je een keer wat minder gespeeld hebt, kunnen we dat aangeven. Dat kan ik doen, dat kan Ajax doen. Dat is allemaal in onderling overleg bespreekbaar. Als ik daar behoefte aan heb, zou ik dat wel doen.’

De comeback in Amsterdam strekt zich vooralsnog uit over één seizoen. ‘Ik word in augustus 34 jaar. Eerst maar eens kijken hoe het allemaal gaat. Of ik er plezier in heb, of het me bevalt. Daarom heb ik voor een jaar getekend. Ik ben daar zeker positief over. Maar ik wil uiteindelijk niet dat ik langer zou vastliggen, terwijl je misschien wat anders wilt. Daarom kijken we het eerst een jaar aan. Nogmaals, er komen genoeg wedstrijden. Maar het moet ook allemaal nog blijken’, zo leerden vroegere ervaringen (o.a. bij Real Madrid) hem op alles te zijn voorbereid.

Zijn doelstelling voor de komende competitie kan Huntelaar in één zin kernachtig formuleren. ‘Ik wil met Ajax kampioen worden.’ Dat succes proefde hij nog niet in zijn eerste periode in de Arena (drie jaar van winter 2006 tot winter 2009); wel twee keer de beker en Johan Cruijff-schaal. Ook bij Real Madrid (sowieso erg kort), AC Milan en Schalke danste hij nimmer met de trofee voor de landstitel over het gras; wat bij zijn laatste werkgever praktisch onhaalbaar was. ‘Ik verwacht van mezelf bij Ajax dat ik van waarde ben voor het team. Op het veld, met goals en assists. Buiten het veld wil ik de jongens helpen. In de kleedkamer belangrijk zijn? Ach, dat vind ik een raar begrip. Meer op het veld, ook tijdens de training. Ik wil daarin een leidende rol nemen. Tenslotte moet Ajax kampioen worden. Beter zijn dan Feyenoord en PSV.’

Die logische doelstelling mag niet weer mislukken. Ofschoon hij zijn huis in zijn geboortestreek onder geen beding wil opgeven, bepaalde Huntelaar in Amsterdam of omgeving een appartement te gaan kopen. Als een alternatief onderkomen eer de vermoeiende ritten hem zouden opbreken. De training op De Toekomst staat frequent ingeroosterd om half elf. Plichtsgetrouw als altijd en als voorbeeld voor de jeugd wil hij rond half tien het complex oprijden. ‘De afstand verschilt niet veel van die naar Gelsenkirchen. Dat was ook zo’n 110 km. Maar in Duitsland hoefde ik geen rekening te houden met snelheidsbeperkingen en ook al minder met files.’ Om de hoofdstad te bereiken, moet hij zich langs opstoppingen wurmen op de A12 en A2. Met daarbij de (traject)controle op delen van 100 km.

‘Duitsland is nu eenmaal een veel groter land’, refereert Huntelaar ten overvloede aan het bekende maar wezenlijke onderscheid tussen beide landen met een aanzienlijk rijkere en beter gefaciliteerde Bundesliga. Hij kan daar na een verblijf van liefst zeven jaar bij Schalke 04 als insider over meepraten. Een subtopper met een begroting van pakweg 220 miljoen euro, ruim het dubbele van Ajax. Op 28 augustus 2010 maakten Die Königsblauen 14 miljoen euro over aan AC Milan en kort voor de deadline van de transfermarkt stemde de aanvaller zelf in met een overgang naar Gelsenkirchen.

‘In het begin hadden we een goede selectie. Met Raul, Farfan, Draxler. We hadden een team dat in opbouw was. Dat zag je ook in het tweede jaar. Toen eindigden we als derde. Speelden we ook echt goed en aanvallend voetbal. We maakten ook veel goals. De eerste drie jaar waren wel aanvallend, met een selectie waarin je bovenin kon meespelen. Bayern moet een keer een slecht jaar hebben en dan moet je er staan om een keer kampioen te worden. Daarna is het qua kwaliteit wel iets minder geworden.’

Het eerste seizoen tikte Schalke onder trainer Felix Magath (in maart 2011 ontslagen en vervangen door Ralf Ragnick) aan als veertiende, maar preludeerde het al op de toekomst met winst in de DFB-Pokal en Super Cup. ‘Het tweede seizoen springt er voor mij bovenuit. Toen hebben we het beste gespeeld. Persoonlijk heb ik ook mijn werk goed kunnen doen. Qua doelpunten en assists. Dat was ook van het team het beste jaar dat ik heb meegemaakt. Ik maakte 29 goals en verzorgde 13 assists. Dat totaal van 42 staat volgens mij nog steeds als record in de Bundesliga.’ Als topscorer overtrof Huntelaar zowel Mario Gomez (26-BM) als Robert Lewandowski (22-Dortmund). Teammaat Raul produceerde nog 15 treffers.

Met Huub Stevens als trainer en inspirator klikte het voortreffelijk tussen Huntelaar, Raul, Farfan en Draxler. Zo’n Farfan wist precies waar hij de bal heen moest spelen om een doelpunt in te leiden. En Raul en ik wisten hoe we moesten lopen en bewegen om doelpunten te kunnen maken. Op links kwam op een gegeven moment Draxler uit de jeugd ophoog. We voelden elkaar dat jaar heel goed aan.’ De achterstand in de competitie op kampioen Borussia Dortmund en runner-up Bayern München bedroeg qua punten 23 en 9, en qua doelpunten 6 en 3. Schalke telde wel degelijk mee in de top.

Het minste seizoen bij Schalke onderging Huntelaar in de editie van 2014-2015, met tot begin oktober Jens Keller als trainer en daarna Roberto Di Matteo, werkloos sinds zijn ontslag bij Chelsea. ‘Hij speelde defensiever en in dat systeem paste ik niet zo goed. We kwamen weinig aan echte kansen toe in een wedstrijd. Ik moest veel werken. Daar werd ik te weinig voor beloond. Ik verrichtte meer verdedigende arbeid en kreeg nauwelijks kansen. In dat seizoen heb ik geloof ik maar negen goals gemaakt.’ Die Knappen pakten nog de zesde plaats en de Hunter scoorde in de Bundesliga toch nog negen keer.

In zijn eerste jaar bij Schalke stokte zijn persoonlijk saldo aan treffers bij acht. Lang worstelde de ploeg ook in de onderste regionen. Op 1 maart 2011 scheurde Huntelaar op een training de binnenband van de rechterknie. Hij behoefde niet onder het mes, maar de revalidatie slokte hem toch weken op. ‘Een operatie bleek pas in mijn derde jaar onvermijdelijk.’ Aan het einde kon hij zich nog meer dan nuttig maken in de bekerfinale tegen MSV Duisburg, met twee doelpunten in de 5-0 zege.

‘Ik heb er bij Schalke alles uitgehaald wat mogelijk was. Ik ben in al die jaren een beetje een ander soort voetbal gaan spelen. In het begin waren we aanvallender ingesteld. Op het laatst waren we wat meer verdedigend. Dan moet je je wel aanpassen. Om doelpunten te maken moet je rond de zestien komen. Vanaf de middenlijn passeer je heel zelden de keeper. Ik moest meer arbeid leveren. Rond de middenlijn, verder van de goal af. Meer verdedigend. Dat zijn vaak minder leuke dingen. Maar je wordt er wel sterker van. Ik kan nog steeds veel goals maken, absoluut. Doelpunten maken, dat verleer je niet.’

Naar eigen zeggen moet het totaal aan treffers bij Schalke in zeven jaar de honderd hebben gepasseerd. ‘Ik weet het niet precies.’ In de Bundesliga zou de serie op 82 goals zijn gestopt in 175 wedstrijden. Met daarnaast nog eens 13 in 15 bekerduels. Vaststaat dat hij met 13 doelpunten in 25 duels voor de Champions League en nog eens 14 in 22 wedstrijden voor de Europa League een even unieke als eervolle passage toevoegde aan de historie van deze 113-jarige club. De teller aan goals in de vijftien jaar als prof moet ergens rond de 350 schommelen. En hij is nog altijd niet bevredigd.

Achteraf gesteld bleef Huntelaar een jaar te lang hangen in Gelsenkirchen. ‘Voor mijn gevoel was het een teleurstellend jaar. Ik was toen nog niet transfervrij. Het is dan wat de club wil. De club wilde dat ik bleef. Arnold (Oosterveer) en ik hebben nog wel een gesprek gehad. De club wisselde weer van trainer. (Voor hem alweer de achtste in rij.) Ik had het al eerder bij Real Madrid meegemaakt, dat er ineens een andere manager werd aangesteld. We hebben daarom toch maar gevraagd hoe het verder zou gaan, wat de nieuwe ideeën zouden zijn. Dan heeft het niet altijd zin om te blijven. Bij Real was dat toen ook al duidelijk. Ze zeiden: we willen een nieuw team gaan bouwen. Dan kun je beter eieren voor je geld kiezen. (De reden waarom hij al na een half jaar wegglipte naar AC Milan.) Maar bij Schalke zeiden ze expliciet: nee, we gaan een nieuw team rondom jou bouwen. Daarom ben ik gebleven.’

Trainer Markus Weinzierl nam de last over van André Breitenreiter en teerde op enige faam als gids van FC Augsburg door het doolhof van de Bundesliga. In de eerste ronden kwam hij de belofte aan Huntelaar na. ‘Ik speelde in het begin. Maar we wonnen weinig en ik raakte geblesseerd.’ Na vijf duels telde Schalke slechts nederlagen. Een enkele keer was de Nederlandse routinier ver in de tweede helft al gewisseld. Op 2 oktober, thuis tegen Borussia Mönchengladbach, stopte de negatieve reeks: een zege van 4-0, overigens zonder de zieke Huntelaar. Later in de maand trof het noodlot hem wederom op de training. ‘Ik scheurde nu de buitenband van dezelfde rechterknie.’

Het herstel schakelde hem weer maanden uit, tot na de winterstop. ‘De trainer had ondertussen voor een ander concept gekozen. Gebaseerd op countervoetbal. Ik ben eigenlijk niet echt meer teruggekomen.’ Nog tweemaal in de basis, in de slotfase van de competitie tegen HSV en Leipzig. Voor de rest minuten gesprokkeld als invaller, veelal voor de Oostenrijkse rivaal Guido Burgstaller; in de winter weggelokt bij Nürnberg. ‘De trainer maakte een andere keuze. Dat heeft hij later ook gezegd. Ik had liever dat ze me dat van tevoren hadden verteld.’ Met slechts twee goals nam hij afscheid van de Bundesliga, onwaardig voor een specialist van een uitstervend ras als Klaas-Jan Huntelaar. Het typeerde niettemin andermaal één van zijn beste eigenschappen: zijn schier oneindige trouw aan club en omgeving.


‘Nederland-Mexico was mijn mooiste wedstrijd’

Nederland-Mexico, 29 juni op het WK 2014 in Brazilië, leeft bij Klaas-Jan Huntelaar voort als zijn meest memorabele wedstrijd in zijn lange loopbaan. In de 76ste minuut loste hij, in het benauwde Fortaleza, Robin van Persie af in de spits. Uitschakeling bedreigde Oranje, dat de achterstand van 1-0 maar niet kon opheffen. Maar de assist van Huntelaar op Wesley Sneijder leidde in de 88ste minuut de gelijkmaker in. En in blessuretijd versierde Arjen Robben een strafschop, koelbloedig benut door de op en top gemotiveerde invaller. ‘De twee WK’s vond ik zelf het mooiste, de absolute hoogtepunten in mijn carrière. Speciaal de wedstrijd tegen Mexico, met alle emoties over de late ommekeer. Anders waren we al uit het toernooi geweest. Dat zijn de momenten, waarvoor je het doet. Dat is het mooiste, dat geeft pure adrenaline.’ Huntelaar hulde zich 76 keer in het oranje. Hij sierde dat op met 42 goals. Hij draafde 43 maal op in de basis, viel 33 keer in en moest 21 maal voortijdig naar de kant. Op 13 oktober 2015 betekende Nederland-Tsjechië (2-3) in de Amsterdam Arena zijn laatste optreden op dit podium. Bondscoach Danny Blind riep hem daarna niet meer op. ‘Of ik nog wel aan het Nederlands elftal denk? Als er een wedstrijd is. Ik ga er vanuit dat ze door-selecteren. Die lijn is ingezet. Mijn focus ligt op Ajax, niet op het Nederlands elftal. Ik ben er tevreden over. Ik heb er alles uitgehaald wat erin zit’, geeft hij met een omweg toe dat dit hoofdstuk voor hem is afgesloten.

29 augustus 2017